individueel

Remedial teaching

De remedial teacher, mevrouw L. Wiewel, houdt zich bezig met screening en begeleiding van leerlingen met dyslexie en met taal- en rekenzwakke leerlingen die RT nodig hebben.
Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en /of vlot toepassen van het lezen en/of spellen op woordniveau ( Stichting Dyslexie Nederland, 2008). Het gaat om een ernstige en hardnekkige lees- en/of spellingsachterstand, hoewel er voldoende gelegenheid tot leren is geweest.
Het is een complex probleem dat invloed heeft op het gehele functioneren van een leerling. Het komt voor in alle vormen en niveaus van onderwijs.
Dyslectische leerlingen worden aan het begin van de brugklas opgeroepen samen met hun ouders voor een gesprek met de remedial teacher. Bij dit eerste gesprek krijgen deze leerlingen een eigen dyslexiekaartje, waarop vermeld wordt op welke manier er rekening zal worden gehouden met de dyslectische leerling, zoals tijdverlenging (en vele andere opties). Tijdens het brugklasjaar krijgen deze leerlingen extra ondersteuning in spelling en /of begrijpend – of technisch lezen.
Hoe leerlingen worden gescreend, aanvullend getest en begeleid worden, is te lezen in het dyslexieprotocol dat is op te vragen bij de school.

Begeleiding door de zorgcoördinator

De zorgcoördinator, mw. S. Smeets, is de spil op school als het gaat om het zoeken naar en bieden van passende zorg in de school of daarbuiten. Zij zit het interne zorgadviesteam (ZAT) voor en ook het officiële ZAT waar ook externen zitting in hebben (leerplicht, schoolarts, OKA, teamleider).
Na een of enkele gesprekken met een leerling en ouders betrekt zij zo nodig andere professionals bij de zorg voor de leerling, zoals: de begeleiders van de trajectklas, de ouder- en kindadviseurs, de begeleider passend onderwijs, de leerplichtambtenaar, de schoolarts, de schoolpsycholoog of – wanneer zij een leerling begeleidt naar een zorg- & onderwijsinstantie buiten de school – het Onderwijs Schakelloket van het Samenwerkingsverband Amsterdam. Ook onderhoudt zij contacten met de zorg- en onderwijsgevers die extern zijn ingeschakeld.
De auditoren die naar onze invulling kijken van passend onderwijs, de sociale veiligheid en het aanbod van zorg en begeleiding, zijn hierover zeer tevreden.

Begeleiding door de OKA (ouder- en kindadviseur)

De ouder- en kindadviseurs zijn niet in dienst van de school, maar houden er wel drie dagen per week kantoor. Zij werken nauw samen met de zorgcoördinator. Ze zijn een schakel tussen school, leerling en ouders en zij kennen en werken samen met de externe hulpinstanties. Zij voeren gesprekken en bemiddelen, geven trainingen en helpen de mentoren bij de aanpak van leerlingen met speciale handvatten’. De OKA’s geven ook trainingen aan kleine groepjes. Dit jaar is de ouder- en kindadviseurs mw. I. Schoor.

Begeleiding door de BPO‘ er (begeleider passend onderwijs)

De begeleider passend onderwijs, mw. T. Driehuis, is vanuit het Samenwerkingsverband Amsterdam part-time op school om leerlingen korte individuele trainingssessies te geven of een kortdurend behandeltraject. Ook is ze een vast contact voor bepaalde leerlingen die alleen met ondersteuning en hulp bij het krijgen van structuur in staat zijn regulier onderwijs te volgen. Mevrouw Driehuis wordt ook voor training en begeleiding ingezet bij de leerlingen van de trajectklas. Ze functioneert tevens als vraagbaak voor docenten.

Project SALSA

Dit schooljaar doet het Over-Y College mee met SalsA: een project waarbij studenten van de Hogeschool van Amsterdam extra begeleiding geven aan leerlingen van de onderbouw in de vorm van ‘coaching’. De coach voert wekelijks een gesprek over school, de toekomst, beslissingen nemen, vrienden, werken en studeren. Dit project is na de herfstvakantie gestart met ca. 40 leerlingen.

De leerlingen voor deze extra begeleiding zijn gekozen door het docententeam. We zien de begeleiding als een extra steuntje in de rug.

Wat willen we bereiken met de coaching?

  • vergroten van het schoolsucces, nòg betere cijfers
  • vergroten van het zelfvertrouwen
  • zicht laten krijgen op de toekomst, toekomstperspectief
  • verbeteren van de omgang met anderen in de omgeving waarin ze leren en werken
  • leren eigen keuzes te maken en zien dat die keuzes belangrijk zijn voor de toekomst